1. Heilig-Bloed-Raam
Geschonken door SPQD = Senatus Populusque Dixmudensis, de senaat en het volk van Dixmuide.
De schildering stelt het H.Bloedwonder voor, dat omstreeks 1400 zou hebben plaatsgevonden. Kronieken verhalen dat onder het bestuur van ridder Hubertus van Kuilenburg en het pastoraat van Arnoldus Groen een priester tijdens de mis twijfelde aan de kracht van de instellingswoorden 'Dit is mijn bloed'. Als de priester na het uitspreken van de consecratiewoorden twijfelt aan de werkelijke tegenwoordigheid van Christus onder de gedaante van wijn verandert de wijn in bloed en de kelk stroomt over. Een gedeelte van de wijn valt op de linnen doek waar de kelk op stond. Deze doek is tot op heden bewaard in een reliekhouder in de Bloedkapel
2. Petrus Thomas
Geschonken door 'Bernhard Graaf von Saen Wittgenstein'
De Franse karmeliet Petrus Thomas (1305-1366) was een grote Maria-vereerder. Op het raam worden meerdere episodes uit het veelbewogen leven van deze heilige afgebeeld. De kerk en de Karmelorde verkeerden in de 14e eeuw in een ernstige krisis. 'Vertrouw, Petrus de Karmelorde zal voortbestaan tot aan het einde van de wereld.' Op het raam is een engel zichtbaar die het wapen van de Karmelorde draagt. De vorm van het benedenveld symboliseert de beschermende mantel van Maria (Mantelmadonna). De zilveren ster stelt Maria voor als 'Sterre der zee'. De twee bruine sterren symboliseren Elia en Elisa.
Boven in het raam zien we een afbeelding van de verheerlijking van Christus op de berg, waarbij ook Elia aanwezig was (de kerk gedenkt dit gebeuren jaarlijks op 6 augustus).
3. Wonder van Chester
Geschonken door 'Marie Claire, par la Grace de Dieu, princesse de Zollern, née Contesse de Bergh, de Sigmaringen, Veringhe, Swabeeck, Dame de Haigerlockstein'.
De eerste karmeliet die dit wonder vermeldt is John Baconthorpe (gest.1348). Vanaf hun stichting noemden de karmelieten zich 'Broeders van Onze Lieve Vrouw'. Deze eretitel werd op het einde van de 14e eeuw bestreden. Om de witte mantel, die zij droegen, werden de karmelieten door hun tegenstanders 'witte honden' genoemd. Vandaar de witte hond in het raam. Kronieken vertellen dat verschillende van deze tegenstanders een plotselinge dood vonden. Om verdere straffen van Godswege te voorkomen liet de abt van het St.Werburga-klooster een algemene boeteprocessie houden om het kwaad over de vijanden af te wenden.
4. Jacobus van Ossa
Geschonken door 'Maximiliain, par la grace de Dieu, prince de Zollern, Conte de Sigmaringen, Veringhen et Swabeeck, (S)eigneur, Haigerloch, Werstein Chambellan du St.Empire van Hohenzollern-Sigmaringen'.
Op dit raam heeft de schilder een legende in beeld gebracht die in de Karmelorde van grote betekenis is geweest. Omstreeks 1450 werd een pauselijk schrijven bekend dat zou zijn uitgevaardigd door paus Johannes XXII (1316-1334). Deze paus uit Avignon zou in zijn zogenaamde 'Bulla Sabbatina' het 'zaterdagse privilege' hebben bekend gemaakt. Dit privilege houdt in dat de zielen van hen die in het kleed van Maria (scapulier) sterven, op voorspraak van Maria uit het vagevuur gered zullen worden op de eerste zaterdag na hun dood. Naar aanleiding van deze legende ontstond het verhaal dat Maria met kind aan Jakobus de Ossa, kardinaal-bisschop van Porto en de toekomstige paus Johannes XXII zou zijn verschenen.
5. Serapion
Geschonken door 'Elisabeth, par la grace de Dieu, Princesse de Zollern, née Comtesse de Bergh'
Serapion leefde lange tijd als kluizenaar in de woestijn en werd daarom door de geschiedschrijvers van de Orde in de rij van hun heiligen opgenomen. Hij werd de achtste bisschop van Antiochië. Als zodanig wordt hij hier afgebeeld. Hij draagt het habijt van de Orde, een bisschoppelijke mijter en een staf.
6. Gerardus
De schenker van dit raam is onbekend
Vanuit zijn geboorteland Italië ondernam Gerardus (975-1046) een pelgrimstocht naar het Heilig Land. Na een ontmoeting met koning Stephanus van Hongarije (977-1038) trok hij zich terug als kluizenaar. Hij werd door deze koning teruggeroepen, werd bisschop, liet veel kerken bouwen en wist koning Stephanus te bewegen om zijn koninkrijk toe te wijden aan Maria.
7. Anastasius
Geschonken door 'Maria Henriette de Cusance, épouse de Ferdinand Francois Juste Rye de la Value, marquis de Varambon'
Anastasius was soldaat in het Perzische leger. Toen de Perzen in 614 het Heilig Kruis uit Jeruzalem hadden geroofd zou hij zich bekeerd hebben tot het christelijk geloof. Onder de regering van koning Chosroës werd hij in 628 gemarteld. Op de glasschildering voltrekt een Perzische beul het vonnis. De gelaatsuitdrukking van de beul en van de heilige zijn treffend weergegeven.
8. Maria Magdalena de Pazzi
Geschonken door de gravin van Boxmeer, Magdalena de Cusance, gravin van den Bergh.
Het leven van de in 1669 heilig verklaarde karmelietes Maria Magdalena de Pazzi (1566-1607) uit Florence is een bewogen leven geweest. Haar leven sprak tot de verbeelding van de barokkunstenaars. In opdracht van de Vlaamse karmelieten maakte Abraham van Diepenbeke een cyclus van 48 gravures over het leven van deze heilige.
9. Albertus, Jozef en Franciscus
Geschonken door Graaf Albert van den Bergh
Onder invloed van de karmelieten en franciscanen was er een groeiende devotie voor Jozef hetgeen leidde tot een kerkelijke feestdag voor hem op 19 maart vanaf 1621. De aanwezigheid van Franciscus valt te verklaren uit het feit dat de schenker van dit raam, Albert van den Bergh, een groot vereerder van Franciscus was. Deze heilige was de patroon van zijn hofkapel. Aangenomen kan worden dat de andere heilige waarschijnlijk Albertus van Sicilië. De regelgever Albertus komt in de karmelitaanse ikonografie weinig voor en dan nog altijd met patriarchale staf of met door hem geschreven Regelboek.
10. Simon Stock
Geschonken door 'Hieronima Catharina Gravinne ende Douagere van den Bergh geboorne Gravinne van Spaurs en Valeer & C.' (gest. 1683)
Simon Stock leefde in het 13e eeuwse Engeland. Hij werd in Kent geboren uit een voornaam geslacht. Op jeugdige leeftijd trok hij zich terug in de eenzaamheid. Van hem wordt verteld dat hij woonde in een holle eikeboom. In de eerste helft van de 13e eeuw werd hij karmeliet. De karmelieten waren rond 1245 verdreven vanuit Israël en waren o.a. in Zuid Engeland terecht gekomen. De overgang van het Midden Oosten naar Europa veroorzaakte in de Orde scherpe tegenstellingen. Door de aanpassingsmoeilijkheden aan de westerse mentaliteit kwam zij in een ernstige krisis. Juist in deze tijd werd Simon Stock in 1245 Prior Generaal van de Orde. Hij stierf in 1262 in Bordeaux.
11. Francus
Geschonken door 'Anna Maria geborene Gravinne en Vrouwelijn van den Bergh & c. Anno 1655'
Op dit raam zijn twee episodes zichtbaar uit het leven van de Italiaanse karmeliet Francus, die door de kerk zalig is verklaard. Francus leefde van 1211 tot 1291. Kronieken verhalen dat hij in zijn losbandige jeugdjaren met blindheid werd geslagen. Tot inkeer gekomen ondernam hij een pelgrimstocht naar het heiligdom Santiago de Compostella in Spanje, waar hij zijn gezichtsvermogen terugkreeg.
12. Lodewijk
Geschonken door Meester Jan Reneri Cool Ende Anna van den Hoove syn huysvrouw.
De Franse koning Lodewijk leefde van 1226 tot 1270. Van hem wordt verteld dat hij op een van zijn kruistochten in gevaar raakte door een zware storm op zee. In deze storm hoorde hij klokken luiden. Hij gaf bevel om aan land te gaan en ontmoette op de berg Karmel een aantal kluizenaars. Op de achtergrond van de schildering zijn de berg en de kapel te zien. Lodewijk vraagt deze karmelieten om in Parijs een klooster te stichten.
13. Angelus
Geschonken door "Isabella Catharina né contesse de Bergh" épouse de Johan, Reichsgraf von Hohen-Rechberg'.
De heilige Angelus was een van de eerste karmelieten die onder druk van politieke omstandigheden de berg Karmel moesten verlaten. Hij stierf als martelaar te Leucate op Sicilië. Legendes vertellen dat hij zou zijn vermoord door de leider van een ketterse beweging. Angelus zou deze man een zedeloos leven hebben verweten. Uit woede heeft de man in 1222 de schedel van Angelus met een kromzwaard gespleten en zijn hart met lanssteken doorboord.
14. Avertanus en Romaeus
geschonken door 'Maria Leopoldina Catharina, Gravin van Rietberg, gemalin van Alberts zoon Oswald'
Op de schildering draagt Avertanus het karmelhabijt, Romaeus de kleding van een lekebroeder.
15. Telesphorus
Geschonken door 'Catharina, Graefin von Zeil, Prinzessin von Hohenzollern'
Telesphorus was paus in de tweede eeuw na Christus. Op het raam wordt hij voorgesteld als paus. Onder de koorkap draagt hij het karmelhabijt. Hij draagt een pauselijke tiara, een kegelvormige muts van goud laken, omgeven door drie boven elkaar geplaatste kronen met in de top een kruis. In zijn linkerhand draagt hij een staf waarop het pauselijk kruis met drie kruisbalken zichtbaar is. In zijn rechterhand heeft hij een kelk waarboven drie hosties zweven. De traditie wil dat deze paus ingevoerd heeft dat op Kerstmis iedere priester drie keer het eucharistisch offer mocht vieren. Op deze wijze wordt de drievoudige geboorte van Christus herdacht.
16. Elisa
Geschonken door 'Karel Anton Friedrich von Hohenzollern'
In de Ordesgeschiedenis worden Elia en Elisa beschouwd als de geestelijke leiders van de Orde. In de ikonografie is de kale schedel een klassiek attribuut voor Elisa. Om deze schedel werd hij door de knapen van Bethel nageroepen (2 Kon. 2, 23-24). Op het raam is Elisa afgebeeld in het habijt van de Orde, staande bij de boom die door Elia werd geplant en door hemzelf werd besproeid. In zijn hand de staf waarmee hij de zoon van de Sunamitische weduwe ten leven.
17. Albertus
Geschonken door Oswaldus Albertus, graaf van den Bergh.
Albertus van Sicilië (1246-1306) werd karmeliet in zijn geboortestad Trapani, waar hij als volksprediker en wonderdoener grote populariteit genoot. Bewust hebben karmelitaanse geschiedschrijvers er naar gestreefd om van de karmeliet Albertus voor Zuid-Italie te maken wat de franciscaan Antonius van Padua was voor Noord-Italië. Zowel Antonius van Padua als Albertus worden meestal voorgesteld met een witte lelie.
18. Elia
De schenker van dit raam is onbekend.
Het wapen is van het geslacht Löwenstein. De Karmelorde beschouwt Elia als haar geestelijke vader. Daarom is Elia afgebeeld in karmelhabijt. In zijn hand heeft hij een vlammend zwaard, symbool van de onstuimige kracht waarmee hij optrad. Op de achtergrond de berg Karmel, waar hij verbleef, de beek Kison en het kerkje dat door Elias en zijn leerlingen zou zijn gebouwd. Diepenbeke heeft aan het leven van Elia een cyclus van gravures gewijd, die te vinden zijn in het Speculum van de karmeliet Daniël a Virgine Maria uit 1684. De Elia op dit raam mist de expressiviteit van de gravures uit het Speculum. Een verklaring hiervoor kan gezocht worden in het feit dat de Elia-, Telesphorus- en Avertanusramen geplaatst zijn na de dood van Diepenbeke in 1675. De compositie, tekening en schildertechniek op deze drie ramen zijn zo uniform dat zij moeten worden toegeschreven aan dezelfde kunstenaar.